![]() |
||
|
||
Zweden als grootmacht (1611 - 1718)Het begin van de grootmacht ZwedenIn het jaar 1611 was Zweden in oorlog met Denemarken, Polen en Rusland. De problemen die het verdedigen van de religieuze en politieke zelfstandigheid met zich meebrachten riepen een ontwikkeling van krachten onder het volk op die sinds de tijd van de Vikingen niet meer gezien was. Onder leiding van intelligente en doelbewuste leiders werd Zweden in deze tijd een echte grootmacht. De grondlegger van Zweden als grootmacht was Karl IX's zoon en opvolger Gustav II Adolf (1611-1632). Ondanks zijn jeugidige leeftijd wist hij in 1613 met heel veel moeite en tegen betaling van een hele hoge prijs voor Älvsborgs län de vrede van Knäred met de Denen tot stand te brengen en daarmee de intgeriteit van Zweden te bewaren. Daarna wist hij de oorlog met Rusland in 1617 te beëindigen met het verwerven van Kexholms län, het zuidoostelijk deel van Finland en het russische Ingermanland. Zijn strijd om Sigusmand te laten afzien van aanspraken op de zweedse troon resulteerden in 1629 in het afstaan door Polen aan Zweden van Livland en een aantal belangrijke pruissische havensteden. Door deze gebiedsuitbreidingen werd de Oostzee bijna een zweedse binnenzee. Die gedcahte was eigenlijk nog niet zo vreemd omdat de Oostzee eerdere een verbindende dan een scheidende werking op de landen eromheen had en het nationaliteitsbesef in die tijd nog niet doorslaggevend was. Ondanks dat Zweden van Polen had gewonnen had Sigismund de aanspraken op de Zweedse troon nog steeds niet helemaal opgegeven. Als de katholieken de in 1618 in Duitsland uitgebroken 30-jarige oorlog zouden winnen dan zou hij op hun steun kunnen rekenen om Zweden te onderwerpen. Dat was de reden dat Gustav II Adolf zich ook in deze oorlog mengde. Zijn gedeeltelijk onbekende plannen met Zweden werden door zijn voortijdige door niet allemaal uitgevoerd, maar zijn werk werd voortgezet door Axel Oxenstierna en andere grote veldheren als Johan Banér en Lennart Torstenson. Zij zorgden ervoor dat Zweden haar nationale zelfstandigheid behield en dat de geestelijke vrijheid van het protestantisme bewaard bleef. Bij de vrede van Westfalen in 1648, die door zijn opvolgster Kristina werd gesloten, vielen grote delen van Pommeren, Wismar en Bremen-Verden aan Zweden toe. Versterking en handhaving van de grootmachtHet verkrijgen van het duitse grondgebied bracht niet helemaal die politieke machstspositie mee die Zweden misschien gekregen zou hebben als Gustav II Adolf deze oorlog zelf tot een einde gebarcht zou hebben. Maar omdat Zweden door deze gebeurtenissen deelnemer aan het duitse rijk werd en bij de vrede de omvang van het toenamlige duitse rijk erkende werd Zweden binnen Europa vanaf dat moment wel tot de belangrijkste landen gerekend. Twee van de duitse grondgebieden - Pommeren en Wismar - waren van grote betekenis voor de zweedse amchtspositie in de Oostzee en gaven compensatie voor het verlies van de pruissische havensteden in 1635 om de duitse oorlog na de dood van Gustav II Adolf voort te zetten. Een belangrijk voordeel van de positie als grootmacht was de kans om het zweedse grondgebied binnen de natuurlijke grenzen te consolideren. Een direkt gevolg van de successen in de duistse oorlog was op 13 augustus 1645 de vrede van Brömsebro, waarbij Zweden d eprovincies Gotland, Jämtland en Härjedalen terug kreeg. Het in de duitse oorlog verworwen militaire overmacht zorgde er later voor dat Karl X Gustav (1654-1660), de opvolger van Kristina, op 26 februari 1658 bij de vrede van Roskilde de teruggave van de provincies Skåne, Halland, Blekinge en Bohuslän kon afdwingen. Zijn grootse plannen om totale heerschappij over de Oostzee te verwerven, ten koste van Polen dat nog steeds haar aanspraken op de zweedse troon niet had opgegeven en later door een grote oorlog met als doel geheel Denemarken te veroveren, werden niet gerealiseerd, maar ten gevolge van de oorlog met Polen werden, na zijn dood, bij de Vrede van Oliwa in 1660 de poolse aanspraken defintief afgeschaft en werd het recht van Zweden op Livland erkend. Karl XI (1660-1697) stelde door zijn wapenfeiten in de Skånse oorlog (1675-1679) de op Denemarken veroverde provincies veilig, die in gevaar waren gebracht doordat het rijk door de onverstandige politiek van zijn voorgangers in de Pommerse oorlog betrokken was geraakt waar Zweden eigenlijk helemaal geen belang bij had. Voor de rest van zijn regeerperiode behield Zweden haar machtspositie en raakte zij niet verder betrokken bij enige oorlog. Het vormen van het moderne zweedse ambtelijke bestuurDe 17e eeuw betekende voor Zweden niet slechts tijd van grootheid naar het buitenland, maar ook intern. Er werden problemen opgelost die van enorm belang waren voor de staatsvorm - het scheppen van bepaalde vormen van uitoefening van de staatsmacht zoals geïnitiëerd door Gustav Vasa en later gered door Karl IX. Ook is deze grote verdienste voor een groot deel toe te schrijven aan Gustav II Adolf. De enige representant vande koninklijke macht was in de vroege Vasa-tijd de koning zelf. De Rijksraad, een in de landswetten vastgelegd rijskinstituut, zou ook als representant van de koninklijke macht beschouwd kunenn worden, maar als gevolg van de herinneringen aan haar machtsuitoefening kreeg de Rijksraad in het "nieuwe rijk" slechts een ondergeschikte positie. Hierdoor onststond de eerder genoemde aristocratische oppositie die na de dood van Gustav Vasa naar voren trad. In hun programma beschreven zij een vorm van ambtelijk bestuur die ondergeschikt zou zijn aan de Rijksraad, zodat zij zelf de eigenlijk staatsmacht zouden uitoefenen. Dat zou een terugkeer betekenen naar aristocratische anarchie uit de tijd van voor Gustav Vasa. Zijn zonen stelden zich daarom gereserveerd op tegen de aristocrtische voorstellen en Karl IX smoorde de plannen van de aristocratie in bloed tijdens het Bloedbad van Linköping in 1600. Het was Gustav II Adolf die er voor zorgde dat de aristocratie zich eindelijk verzoende met de nieuwe, op de monarchie gebaseerde, staatsvorm en dat op die manier de politieke bekwaamheid, die de adel meer dan welke andere klasse uit de bevolking beheerste, hieraan dienstbaar werd.
|
||
|
Copyright © 1998-2010 Zweden Info |